Isolatiematerialen
In dit artikel zal ik het vooral hebben over de thermische isolatie, natuurlijk is er ook de akoestische isolatie maar die zal later aan bod komen.
Door de als maar strenger wordende regelgevingen in Vlaanderen met name de EPB-regelgeving (EnergiePrestatie en Binnenklimaat) en de EPC-regelgeving (EnergiePrestatie Certificaat) wordt de thermische isolatie in gebouwen een prioriteit.
Algemeen kan gezegd worden dat stilstaande gasmengsels de ideale thermische isolatoren zijn. Daarom zijn de meeste isolatiematerialen hierop gebaseerd. De schuimmaterialen sluiten een gas in of de wolisolaties houden een gas vast.
In de isolatiematerialen kan de volgende indeling worden gemaakt :
- Zachte isolatiematerialen : deze hebben geen of weinig drukvastheid
Voorbeelden : Glaswol,Rotswol
- Harde isolatiematerialen : deze hebben een zeker drukvastheid
Voorbeelden : EPS,XPS,FF,UF,glasschuim,PUR
- Korrelige isolatiematerialen
Voorbeelden : geëxpandeerde klei,bimskorrels,vermiculiet,perliet
- Ecologische isolatiematerialen
Voorbeelden : vlaswol,stro,papiervlokken,kurk
- Akoestische materialen : isolerende materialen tegen lucht- of contactgeluid.
Thermische isolatie in gebouwen zorgt ervoor dat het binnenklimaat thermisch comfortabel is. Dit wil zeggen dat er een aangename temperatuur heerst ( niet te warm en niet te koud). Isolatie zorgt ervoor dat het warmteverlies of warmteopname (in de zomer) verminderd. Dit heeft als gevolg dat de energie die nodig is om uw gebouw of woning te verwarmen of afkoelen veel lager zal zijn.
De efficiëntie van isolatie wordt aangegeven door de “R-waarde”. Dit is het isolatie vermogen van een isolerend materiaal of de warmtedoorstroomcoëfficient. Hoe groter de R-waarde hoe beter.
De lambda-waarde (λ)
Deze waarde geeft aan hoe goed een materiaal isoleert, algemeen kan je stellen dat een materiaal een isolator is wanneer λ = 0,0…
De lambda-waarde staat voor de warmtegeleidbaarheid van een materiaal, het is duidelijk dat hoe beter een materiaal de warmte geleid een des te slechtere isolator het is.
De formule om de warmtedoorstroomcoëfficient te berekenen is R = d/λ met :
R = warmteweerstand in m2 K/W
d = dikte van het materiaal in m.
λ = warmtegeleidingscoëfficiënt in W/mK
K = temperatuur in graden Kelvin
Koude klimaten
In koude omstandigheden is het de bedoeling om de warmtestroom naar het buitenklimaat te verminderen. De ramen,deuren,daken,muren en ventilatiesystemen zorgen voor het grootste verlies van warmte. Op deze gebieden moet er dus veel aandacht besteed worden en voldoende geïsoleerd worden.
Warme klimaten
In warme omstandigheden is het de bedoeling om de warmtestroom van het buitenklimaat naar het binnenklimaat zoveel mogelijk te beperken. De grootste oorzaak van oververhitting binnen een gebouw is de zonnestraling. Deze betreed gebouwen door de glazen ramen. Dit kan verminderd worden door een folie op de ramen aan te brengen zoals luxafoil,speciale beglazing of zonwering te plaatsen.